Veel geloof bij een genezing en een opstanding (Mc. 5,21-43)

 

Er wordt Jezus weinig rust gegund. Hij stapt uit de boot, en alweer is er veel volk om hem te zien en te horen.

En Marcus brengt dan het verhaal van twee bijzondere ontmoetingen en gebeurtenissen. Hij doet het opdat zijn gemeente en zijn lezers zouden blijven geloven in de aanwezigheid van de Verrezen Heer en zich zouden inzetten voor mensen die leven met pijn en verdriet.

Het gaat over het verhaal van een genezing en een opstanding.

Mensen met zorgen en veel geloof komen naar hem toe.

Wanneer mensen lijden, waar er ziekte is zijn ze op hulp van anderen aangewezen.

Vrouwen hebben bij dit evangelieverhaal meer te vertellen dan mannen. Zij ondervinden wat menstruatie betekent en hebben meer ervaring met uitsluiting en ongelijkheid.

De zorgen van een vader

Een vader is bezorgd om zijn twaalfjarige dochter die stervende is. Hij stelt zijn vertrouwen in Jezus om haar de handen op te leggen en te genezen. Terwijl zij op weg zijn naar het huis van Jaïrus komt het bericht dat het jonge meisje overleden is. Jezus zal het huis van Jaïrus binnengaan, het weeklagen horen en het kind opwekken (Mc 5,21-43).

De twee andere synoptici nemen dit verhaal over (Lc. 8,40-56: Mt. 9,18-26).

Lucas brengt nog het verhaal van de jongeling van Naim, de zoon van een weduwe (Lc. 7,11-17). In het evangelie van Johannes hebben we de opwekking van Lazarus, de broer van Martha en Maria. Hij was een vriend van Jezus (Joh.11,1-44). Die dood waren kwamen tot leven maar zullen alweer sterven. En toch is het verhaal van hun opwekking een aanduiding van het geloof in de Verrijzenis van Jezus. Hij heeft de dood overwonnen, hij sterft niet meer

In hun verhaal over dodenopwekkingen door Jezus zijn de evangelisten beïnvloed door verhalen uit het Oude Testament, waar de profeten Elia en Eliseus doden hebben opgewekt (1 Kon. 17,17-24); 2 Kon. 4,25-37). Ook nu nog gebeuren wonderbare genezingen, maar onder de lijst van erkende mirakels in Lourdes is er geen enkele dodenopwekking.

Talita koemi, deze Aramese zin blijft naklinken als een oproep om op te staan, We zijn geneigd te blijven liggen, zonder veel moed en zin voor initiatief. W. Barnard heeft dit woord van Jezus zo treffend toegepast op de kerk in zijn lied “O Heer die overwint en ons zijt voorgegaan. Uw kerk is als en kind dat wacht om op te staan” (ZJ 582).

Lissabongeneratie

Rise Up – sta op! Dit was het appel van paus Franciscus tot de deelnemers aan de wereldjongerendagen in Lissabon. Hij is overtuigd van de kracht die in jongeren aanwezig is.

Sofi Van Ussel, directeur van IJD jongerenpastoraal Vlaanderen wijst op de kracht die van jongeren kan uitgaan. Wij kunnen naar hen luisteren en met hen samenwerken. Ze schreef in Relevant vanuit “het besef dat de Lissabongeneratie ons een stevige spiegel voorhoudt. Op de Wereldjongerendagen toonden onze jongeren dat zaken die we als samenleving onmogelijk achten, helemaal niet zo moeilijk zijn. Ze toonden een grote bereidheid om verschillen te verkennen, te beluisteren en te aanvaarden. Ze aarzelden niet om zich kwetsbaar te tonen en om de kwetsbaarheid van anderen te koesteren. Ze muntten uit in broederschap.

Ze bleken flexibel, transformeerden van het ene op het andere moment van dansende, zingende pelgrims naar een in gebed verzonken gemeenschap, zelfs met anderhalf miljoen samen op een plek. Is dat dan geen kritische massa, die een transformatie in gang kan zetten?”

Jezus was bezorgd om het twaalfjarige meisje. Hij nam haar bij de hand en deed haar opstaan “en voegde er aan toe dat men haar te eten moest geven.” Gunnen we aan de jongeren de mogelijkheden om zich te ontplooien en een plaats in te nemen in de kerk en de wereld van nu.

Twaalf jaar ziek

Maar Marcus vermeldt dat Jezus ondertussen nog een bijzondere ontmoeting heeft gehad. Een vrouw heeft hem aangeraakt. Ze was al lang ziek was en door haar ziekte marginaal geworden. Welk is de zwaarste ziekte in het leven van een mens, vraagt paus Franciscus in zijn commentaar bij dit evangelie. Is het de kanker, de tuberculose, de pandemie. Neen, de zwaarste ziekte is het gebrek aan liefde en er zelf niet in slagen om lief te hebben en lief te zijn. (Paus Franciscus, bij het Angelus op 27 juni 2021)

Deze vrouw, van wie de naam niet wordt gezegd, lijdt aan bloedvloeding. Een pijn die tevens een sociale dood betekent, zij wordt volgens de voorschriften uit het boek Leviticus als onrein verklaard (Lev. 15,19–33). dat wil zeggen dat zij geen contacten mag hebben en te mijden is..

Het lijkt wat magisch dat zij het kleed wil aanraken.

Maar kunnen en mogen aanraken is zo belangrijk Het gemis eraan is aangevoeld tijdens de Corona.

Marcus heeft in zijn evangelie aandacht voor zulke vrouwen. Benoit Standaert somt ze op (Evangile selon Marc, Première partie, p. 409-410). Na de vrouw met bloedvloeiing, brengt hij later het verhaal van de Syrofenicische (Mc. 7, 25) en dat van de arme weduwe die alles in de offerkist werpt wat ze heeft (Mc.12, 41-44) en bij het begin van het passieverhaal het verhaal van de vrouw in Bethanië die een albasten vaas breekt om Jezus te zalven. (Mc. 14; 3-9).

Zij hebben gemeenschappelijke trekken.

Zij zijn anoniem, arm, vernederd, uitgebuit, gemarginaliseerd

Zij getuigen van hun geloof en drukken het uit in een onvoorwaardelijke overgave.

Zij hebben contact met Jezus, dit is wederkerig. Hij herkent zich in hen.

Zij lijken soms dichter bij hem te staan, meer dan zijn eigen leerlingen.

Zij drukken voor Marcus de juiste houding uit tegenover Jezus.

Hun grootheid is in hun geloof. Zij riskeren alles en dit zonder angst.

Wij kunnen aan deze lijst de vrouwen toevoegen, van wie wij de namen wel kennen, en de ochtend van Pasen naar het graf van Jezus komen om Hem te balsemen (Mc. 16, 1-8).

De vrouw met de bloedvloeiing heeft een groot geloof. Jezus geeft haar een compliment. Hij dringt ook bij Jaïrus aan om te blijven geloven; “Wees niet bang, blijf geloven” (ZJ 442).

Door de vrouw te genezen en door het twaalfjarige meisje te doen opstaan laat Jezus zich kennen als de Heer die leven geeft, als de geneesheer van ziel en lichaam. Jezus is ontvankelijk voor wie op hem beroep doet. Met Sint Augustinus mogen we tot hem bidden en zeggen; “Gij zijt geneesheer, ik ben ziek; Gij zijt barmhartig, ik ben ellendig” Medicus es, æger sum, misericors es, miser sum… » (Conf. X, 28, 39).

Op onze beurt mogen wij zorgen voor anderen en luisteren naar hen die op ons beroep doen en hen helpen waar we kunnen. Dit is niet zo evident in onze tijd. Wie zich inzet voor marginalen, krijgt kritiek. Omdat in hun gemeente Tubbergen in een hotel een asielcentrum geopend is, kreeg burgemeester Anko Postma evenals de raadsleden en ambtenaren bedreigingen. ‘Dat dit zo groot en heftig werd, had ik niet kunnen voorzien’

En dit is niet de enige plaats waar dit gebeurt.